Controleer welke dienst uw mail verstuurt
DKIM plaatst een digitale handtekening op een e-mailbericht. De ontvanger controleert die met een openbare sleutel in DNS. De instelling in DirectAdmin geldt voor mail die via de bijbehorende mailserver wordt ondertekend. Verstuurt u nieuwsbrieven via een aparte dienst, of loopt uw zakelijke mail via Microsoft 365, dan regelt u DKIM daar afzonderlijk.
Kijk eerst waar de autoritatieve DNS-zone staat. Een sleutel die alleen in een niet-actieve DirectAdmin-zone is aangemaakt, is voor ontvangers niet automatisch vindbaar.
Zet DKIM aan voor het juiste domein
Log in op gebruikersniveau, selecteer het domein en open E-mail Accounts. Als de functie voor uw account beschikbaar is, vindt u daar de DKIM-status en een optie om DKIM in te schakelen. De plaats en vertaling verschillen per skin. Ontbreekt de mogelijkheid, laat de serverbeheerder de beschikbaarheid controleren.
Na inschakelen gebruikt DirectAdmin een private sleutel voor ondertekening en een openbaar DNS-record voor verificatie. Neem uit DNS Management de volledige recordnaam en TXT-waarde over als u externe DNS gebruikt. De naam bevat een selector, bijvoorbeeld x._domainkey.example.com; gebruik de selector die uw eigen omgeving werkelijk opgeeft.
Publiceer uitsluitend de openbare sleutel
Voeg het opgegeven record toe in de actieve zone. Let op automatisch aangevulde domeinnamen en behoud de volledige sleuteltekst. Een lange TXT-waarde kan technisch uit meerdere tekstsegmenten bestaan; controleer dat uw DNS-paneel de waarde correct verwerkt.
De private sleutel hoort nooit in DNS of in een supportbericht. Schakel DKIM ook niet herhaaldelijk uit en in om een fout te proberen op te lossen. Daarbij kunnen nieuwe sleutels ontstaan, waardoor een eerder gekopieerd DNS-record niet meer klopt.
Controleer een ontvangen bericht
Verstuur vanaf de betrokken mailbox een nieuw bericht naar een adres waar u de volledige headers kunt bekijken. Zoek de DKIM-Signature en controleer het ondertekenende domein bij d= en de selector bij s=. Bekijk vervolgens het verificatieresultaat dat de ontvangende maildienst aan het bericht heeft toegevoegd.
Bij een fout vergelijkt u de gebruikte selector en het domein met het publieke DNS-record. Controleer ook of de mail werkelijk via DirectAdmin uitging. Als berichten onderweg worden veranderd, kan dat de handtekening breken.
Een geslaagde DKIM-controle is nuttig, maar garandeert geen inboxplaatsing. Voor DMARC moet ook de relatie tussen de ondertekening en de zichtbare afzender kloppen. Bewaar bij problemen het tijdstip en relevante headers en deel die zonder berichtinhoud die niet nodig is.