Kies één duidelijke verzendroute
Een contactformulier kan succesvol opgeslagen zijn terwijl de notificatiemail niet aankomt. WordPress gebruikt voor veel berichten wp_mail(). Een geslaagde functieaanroep betekent dat het bericht voor verzending is aangenomen, niet dat het bij de ontvanger is afgeleverd.
Kies een onderhouden SMTP-koppeling die past bij uw maildienst en de vereiste authenticatie. Gebruik niet meerdere plugins tegelijk om dezelfde WordPress-mail om te leiden. Voor een Microsoft 365- of Google-account kunnen andere aanmeldmethoden gelden dan voor een mailbox op uw hosting.
Stel server en afzender in
Voor SMTP via uw VedaWeb-mailbox gebruikt u de opgegeven hostnaam van de mailserver, mailboxgebruikersnaam en veilige poortcombinatie. Gebruik poort 465 met SSL/TLS of 587 met STARTTLS. DirectAdmin toont de servernaam bij het aanmaken van de mailbox; voor SMTP gebruikt u dezelfde naam als voor inkomende mail. Controleer de certificaatnaam en schakel verificatie niet uit.
Laat het Van-adres een adres zijn waarvoor uw verzendaccount toestemming heeft. Gebruik bijvoorbeeld een bestaand formulieradres op uw eigen domein. Het e-mailadres dat de bezoeker invult hoort in Reply-To, zodat u kunt antwoorden zonder te doen alsof uw server namens iedere bezoeker mag mailen.
Bewaar het SMTP-wachtwoord volgens de mogelijkheden van uw applicatie buiten gedeelde code en openbare exports. Beperk wie de plugininstellingen en eventuele verzendlogs kan bekijken. Geef een externe ontwikkelaar een afzonderlijk account met de benodigde rechten voor de inrichting. Deel daarvoor niet uw algemene beheerderswachtwoord en trek de toegang na afronding weer in.
Controleer authenticatie en aflevering
Controleer SPF en DKIM voor de gekozen verzendroute. Gebruikt de website een andere maildienst dan uw gewone mailboxen, neem die route apart mee in uw DMARC-controle. Alleen een MX-record wijzigen regelt dit niet: MX gaat over ontvangen.
Verstuur eerst een testbericht via de SMTP-koppeling. Dien daarna het echte contactformulier in met herkenbare, niet-gevoelige testgegevens. Controleer de notificatie, een eventuele ontvangstbevestiging en het antwoordadres. Test naar een extern adres en, indien gebruikt, naar een mailbox op hetzelfde domein.
Als de testmail werkt maar het formulier niet
Bekijk dan de formulierinstellingen, ontvangers, spamcontrole en eventuele wachtrij. Sommige formulieren hebben een eigen verzendmethode en volgen de algemene WordPress-mailinstelling niet. Noteer tijdstip en bericht-ID als die beschikbaar zijn.
Beperk tijdelijke logging tot wat nodig is en verwijder testlogs na onderzoek. Formulierinhoud kan persoonsgegevens bevatten. Voorkom bij opnieuw proberen dat een eerder aangenomen bericht dubbel wordt verstuurd.
Werkt uitsluitend mail naar het eigen domein niet, controleer dan ook de lokale mailrouting in uw hostingpaneel. Die moet passen bij de dienst waar de mailboxen werkelijk staan.