Lees de melding achter de code
Een SMTP-antwoord dat met 4 begint, duidt op een tijdelijke fout. De verzendende server kan het later opnieuw proberen binnen zijn eigen wachtrijbeleid. Een antwoord dat met 5 begint, betekent dat de huidige aflevering blijvend is afgewezen. Opnieuw verzenden zonder iets te veranderen helpt dan meestal niet.
Een aanvullende code zoals 5.1.1 of 4.2.2 geeft meer richting. De tekst erachter en de server die de melding geeft blijven nodig om de echte oorzaak te bepalen.
Welke situaties komen vaak voor?
5.1.1 wijst doorgaans op een probleem met het ontvangeradres, bijvoorbeeld een niet-bestaande mailbox.
4.2.2 kan op een volle mailbox wijzen. Controleer de toelichting en quota bij de ontvanger.
5.7.x betreft vaak beleid of beveiliging, zoals onvoldoende authenticatie of een verzendbeperking.
4.4.x kan wijzen op een tijdelijk route- of verbindingsprobleem.
Deze categorieën zijn geen vervanging voor de specifieke providertekst. Een server kan aanvullende informatie of een eigen foutidentificatie meegeven.
Wat kunt u zelf controleren?
Controleer het adres op typefouten. Test of de fout bij één ontvanger of meerdere domeinen optreedt. Is de melding pas na een DNS-wijziging begonnen, vergelijk dan MX, SPF en DKIM met de bedoelde inrichting. Krijgt u een quota-melding, onderzoek eerst de betreffende mailbox.
Bij een tijdelijke fout voorkomt herhaald handmatig verzenden geen wachttijd en kan het dubbele berichten opleveren. Controleer of de mail al in een wachtrij staat. Bij een blijvende fout herstelt u eerst de genoemde oorzaak.
Welke gegevens heeft support nodig?
Bewaar het tijdstip met tijdzone, afzender, ontvanger, onderwerp of Message-ID en de complete technische foutmelding. Geef aan of verzenden via webmail ook mislukt. Verwijder berichtinhoud die niet nodig is en stuur nooit uw wachtwoord mee.
Met alleen een schermafbeelding van ‘verzenden mislukt’ is vaak niet zichtbaar welke server de mail heeft geweigerd. Lees loggegevens veilig delen voordat u een volledige melding doorstuurt.