Wanneer gebruikt u SRV?
Een SRV-record beschrijft waar een bepaalde dienst bereikbaar is. Alleen software die voor die dienst SRV opzoekt, gebruikt het record. U kunt er dus niet iedere browser automatisch mee naar een afwijkende webpoort sturen.
De naam combineert de dienst, het transportprotocol en het domein. Gebruik de exacte naam die de leverancier opgeeft; een bijna gelijk gespelde naam is voor DNS een ander record.
Hoe leest u de velden?
_voorbeeld._tcp.example.com. 3600 IN SRV 10 20 8443 server.example.com.
Dit is uitsluitend een uitlegvoorbeeld voor een fictieve dienst, geen instelling om over te nemen.
Hier is 10 de prioriteit: een lager getal heeft voorrang. 20 is het gewicht waarmee clients bij gelijke prioriteit een verdeling kunnen maken. 8443 is de poort. Het laatste veld is een hostnaam, geen IP-adres of webadres. Het doel hoort rechtstreeks geschikte A- en/of AAAA-records te hebben en geen CNAME-alias te zijn.
Invoeren in uw DNS-paneel
Bewaar bestaande records. Sommige panelen vragen service en protocol afzonderlijk; andere verwachten de complete recordnaam. Controleer of het paneel uw domeinnaam automatisch aanvult. Voer prioriteit, gewicht, poort en doel in de daarvoor bedoelde velden in.
Bekijk na opslaan het volledige resultaat. Een veelvoorkomende fout is een dubbel domein achter de doelnaam. De afsluitende punt in zoneformaat markeert een volledige naam; volg voor losse invoervelden de uitleg van uw paneel.
Controleer ook de dienst
Vraag het SRV-record bij de actieve nameserver op en controleer of de doelnaam oplost. Test daarna met de werkelijke client of de dienst bereikbaar is en het certificaat wordt geaccepteerd. Een correct DNS-record opent geen firewallpoort en start geen serverproces. Werkt het niet, vergelijk DNS, luisterpoort en clientmelding voordat u de gewichten verandert.