Begin bij het record dat u heeft gewijzigd
Controleer eerst de volledige naam en het recordtype. example.com en www.example.com zijn verschillende namen. Ook kunnen een A-record en een AAAA-record tegelijk bestaan. Heeft u alleen het IPv4-adres aangepast, dan kan een bezoeker via IPv6 nog op de oude server uitkomen.
Noteer de oude waarde, de nieuwe waarde en het tijdstip van de wijziging. Bekijk daarna welke nameservers voor het domein actief zijn. Een opgeslagen wijziging in DirectAdmin heeft geen publiek effect wanneer de DNS van uw domein ergens anders wordt beheerd.
Geeft de actieve nameserver de nieuwe waarde terug?
De autoritatieve nameservers beantwoorden vragen vanuit de DNS-zone zelf. Vraag het gewijzigde record rechtstreeks op bij een van die servers, zonder een resolvercache ertussen. De handleiding voor dig legt de basis van dit programma uit.
dig @ns1.example.net www.example.com A +norecurse
Vervang ns1.example.net door een actieve nameserver van uw domein en www.example.com door de gewijzigde naam. Bekijk de antwoordsectie en de vlag aa.
Herhaal de controle voor de overige actieve nameservers. Geeft één server nog de oude waarde, dan kan de zoneverdeling bij de DNS-provider achterlopen of onjuist zijn. Het legen van uw browsercache lost dat niet op. Controleer bij een recente nameserverwijziging ook de delegatie bij het bovenliggende register.
Geven alle actieve nameservers nog de oude waarde? Controleer dan waar u de wijziging heeft opgeslagen en of die daadwerkelijk is verwerkt. Wachten op caches heeft pas zin wanneer de bron de bedoelde informatie aanbiedt.
Vergelijk het antwoord van uw resolver
Een resolver zoekt DNS-informatie voor uw computer op en bewaart antwoorden tijdelijk. Vergelijk het rechtstreekse antwoord met een gewone opvraag via de resolver die uw computer gebruikt.
dig www.example.com A
Dit vraagt dezelfde naam en hetzelfde recordtype op. Bij SERVER ziet u welke server dig heeft bevraagd; dat kan ook een lokale doorstuurresolver zijn.
Staat hier nog het oude adres terwijl de autoritatieve servers het nieuwe adres geven? Dan is caching een mogelijke verklaring. De TTL in een gecachet antwoord laat doorgaans zien hoeveel seconden dat antwoord nog bewaard mag worden.
Een voorbeeld: een resolver haalt om 10.00 uur een record op met een TTL van 3.600 seconden. Om 10.10 uur wijzigt u het adres en verlaagt u de TTL naar 300 seconden. Die resolver kan het eerdere antwoord nog tot ongeveer 11.00 uur gebruiken. De nieuwe TTL wist zijn bestaande cache niet. Dit is een rekenvoorbeeld, geen vaste wachttijd voor uw domein.
Ook een ontbrekend record kan in de cache staan
Heeft u een nieuw subdomein aangemaakt nadat u het al probeerde te openen? Een resolver kan het eerdere antwoord dat de naam niet bestaat tijdelijk hebben bewaard. Dat heet negatieve caching. De cacheduur wordt dan bepaald vanuit de SOA-informatie van de zone, niet vanuit de TTL van het record dat u later toevoegt.
Let op het verschil tussen NXDOMAIN, waarbij de gevraagde naam niet bestaat, en een antwoord zonder het gevraagde recordtype. SERVFAIL is weer iets anders: de resolver kon geen bruikbaar antwoord leveren. Daarbij kunnen bijvoorbeeld DNSSEC of onbereikbare nameservers een rol spelen. Verander niet op basis van alleen die melding opnieuw uw IP-adres.
Klopt DNS, maar toont uw browser nog iets ouds?
Uw browser kan een eigen DNS-cache of beveiligde DNS-resolver gebruiken. Ook een VPN, bedrijfsnetwerk of regel in het hosts-bestand kan het resultaat beïnvloeden. Vergelijk daarom met een ander apparaat of netwerk en controleer of uw browser dezelfde DNS-route gebruikt als uw terminal.
Op Windows kunt u de lokale DNS-resolvercache legen met onderstaande opdracht. Daarmee wist u geen caches bij uw internetprovider, in een CDN of op de webserver.
ipconfig /flushdns
Gebruik dit nadat u heeft vastgesteld dat de actieve DNS-zone klopt.
Wijst DNS overal naar de bedoelde server, maar blijft de pagina oud? Onderzoek dan de websitecache, eventuele proxycache en de domeinkoppeling op de webserver. Controleer ook of een redirect u ongemerkt naar een andere naam stuurt.
Welke informatie helpt bij verder onderzoek?
Stuur de domeinnaam, het recordtype, het wijzigingstijdstip en de verwachte waarde mee. Voeg de antwoorden van de autoritatieve nameserver en uw resolver toe, met het tijdstip waarop u die heeft opgevraagd. Daarmee is gericht te onderzoeken of de afwijking in de zone, de delegatie of een cache zit. Deel geen wachtwoorden of een volledige zone-export als enkele relevante records voldoende zijn.