Controleer eerst welk verschil u ziet
example.com en www.example.com zijn twee DNS-namen. Een werkende website op de ene naam zegt niets over de andere. Noteer of u een DNS-fout, certificaatwaarschuwing, verkeerde website of een redirectlus krijgt. Test beide namen met HTTPS.
DNS: wijzen beide namen goed?
Vergelijk A- en AAAA-records van het hoofddomein en de records voor www. Een oud AAAA-record kan bezoekers via IPv6 naar een andere server sturen, terwijl de IPv4-test wel werkt. Een gebruikelijke inrichting is een A-record voor het hoofddomein en een CNAME voor www naar dat domein, mits uw platform dit zo voorschrijft.
Plaats niet zonder meer een gewone CNAME op de zone-apex: daar bestaan al verplichte DNS-records waarmee een CNAME niet kan samengaan. Een providerspecifieke ALIAS- of flatteningfunctie is iets anders. Gebruik de instructie van uw DNS-provider.
Certificaat: zijn beide namen gedekt?
Controleer of het actieve certificaat zowel het hoofddomein als www bevat. Een HTTPS-doorverwijzing begint met een beveiligde verbinding naar de aangevraagde naam. Ook een naam die alleen doorverwijst, heeft dus een passend certificaat nodig.
Website en voorkeursadres
Zorg dat het hostingpaneel beide namen aan de juiste website koppelt. Kies daarna één voorkeursadres en stel een permanente doorverwijzing in die het pad en de zoekparameters bewaart. Laat webserver, WordPress en eventuele proxy niet ieder een tegenstrijdige voorkeursnaam afdwingen.
Test de homepage én een bestaande onderliggende pagina op beide namen. Controleer dat er geen lus ontstaat en dat de eindpagina één correct voorkeursadres heeft. Pas interne links en canonicalverwijzingen daarop aan. Bewaar bestaande redirectregels voordat u ze wijzigt; herstel ze als een nieuwe regel andere routes raakt.