Kies het ondersteunde protocol
SFTP en FTPS zijn verschillende protocollen. SFTP gebruikt SSH en vraagt een daarvoor ingerichte gebruiker. FTPS beveiligt FTP met TLS en kan vaak met een afzonderlijk FTP-account worden gebruikt. Een extra FTP-gebruiker krijgt niet automatisch SFTP- of shelltoegang.
Vraag welke mogelijkheid uw pakket ondersteunt en welke map de ontwikkelaar werkelijk nodig heeft. Gebruik voor alleen bestanden niet zonder reden het hoofdaccount van het hostingpaneel.
Maak de toegang zo beperkt mogelijk
Regel waar beschikbaar een afzonderlijke gebruiker voor deze opdracht. Kies een mapgrens die bij het project past en controleer of ook bovenliggende of naastgelegen klantmappen bereikbaar zijn. Het tonen van één startmap bewijst niet dat de gebruiker daar niet buiten kan komen.
Bestanden van een applicatie kunnen databasewachtwoorden en andere geheimen bevatten. Wie die bestanden mag lezen, kan daardoor meer toegang krijgen dan alleen het ontwerp aanpassen. Houd daar rekening mee bij de keuze van de werkmap.
Verbinden en controleren
Gebruik de serverhostnaam en poort uit de hostinggegevens. Controleer bij FTPS het certificaat; controleer bij SFTP de host key met een onafhankelijk bevestigde fingerprint. Accepteer een onverwachte wijziging niet op goed geluk.
Test in een afzonderlijke sessie of de ontwikkelaar de bedoelde bestanden kan lezen en, waar nodig, wijzigen. Controleer ook dat andere klantprojecten buiten bereik blijven. Voor uploaden via FTPS is er de FileZilla-handleiding.
Leg vast wanneer toegang stopt
Noteer de verantwoordelijke, het doel en een einddatum. Trek na oplevering de afzonderlijke gebruiker of SSH-sleutel in en controleer dat opnieuw verbinden mislukt. Beoordeel of gedeelde applicatiegeheimen moeten worden vervangen.
Een wachtwoord wijzigen beëindigt niet noodzakelijk iedere bestaande sessie. Laat de beheerder actieve verbindingen beoordelen als onmiddellijke intrekking nodig is. Maak vóór omvangrijke bestandswijzigingen een bruikbare backup van het betrokken project.